Vakantiegeld is extra geld bovenop je salaris. Iedere werknemer in Nederland heeft er recht op. Het is geen bonus en geen gunst van de werkgever. De wet verplicht werkgevers om minimaal 8 procent van het loon als vakantiebijslag te betalen. Het geld is bedoeld om je vakantie mee te betalen. Je bent niet verplicht het daaraan uit te geven. Dit artikel legt uit hoe de 8 procent werkt, wanneer je het krijgt en wat het plafond betekent.
Wil je je eigen bedrag schatten, gebruik dan de gratis calculator voor je vakantiebijslag.
Wat is vakantiegeld precies?
Vakantiegeld heet in de wet vakantiebijslag. Het bouwt automatisch op tijdens je dienstverband. Het wordt meestal één keer per jaar uitbetaald, in mei of juni. Het gaat dan over het opbouwjaar dat loopt tot 31 mei. Werkgever en werknemer kunnen schriftelijk een ander moment afspreken. Het vakantiegeld kan ook maandelijks worden uitbetaald. Dan krijg je het elke maand bovenop het salaris, meestal als 8 procent van dat maandsalaris. Zonder schriftelijke afspraak blijft de jaarlijkse uitbetaling in mei of juni de regel.
De formule: brutosalaris keer 8 procent
De formule is kort: vakantiegeld is brutosalaris keer 8 procent. Werk je het hele jaar, dan neem je je brutojaarsalaris. Werk je een deel van het jaar, dan neem je het brutosalaris dat je in die maanden verdiende. Het percentage staat in artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, afgekort WML. Een cao of arbeidsovereenkomst kan een hoger percentage afspreken. Een lager percentage mag nooit, behalve boven het plafond.
| Onderdeel | Regel (WML) |
|---|---|
| Percentage | Minimaal 8 procent van het brutoloon (artikel 15) |
| Opbouwperiode | Meestal juni tot en met mei, tot 31 mei |
| Uitbetaling | Minimaal één keer per jaar, meestal in mei of juni (artikel 17) |
| Plafond | De wettelijke 8 procent geldt tot drie keer het minimumloon |
| Einde dienstverband | Opgebouwd maar niet uitbetaald vakantiegeld wordt uitbetaald |
| Cao | Een cao kan meer dan 8 procent afspreken, nooit minder (behalve boven het plafond) |
Rekenvoorbeelden
Bij 6.000 euro bruto per maand is het brutojaarsalaris 6.000 keer 12, dus 72.000 euro. Het vakantiegeld is 8 procent daarvan: 5.760,00 euro. Dat bedrag krijg je in mei of juni als één bedrag, bovenop je normale salaris van die maand. Bij 50.000 euro bruto per jaar, dus 4.166,67 euro per maand, is het vakantiegeld 8 procent van 50.000 euro, dus 4.000,00 euro. Een deel van het jaar werkt net zo, maar over minder maanden. Begin je in januari en werk je tot en met mei, dan heb je 5 maanden opgebouwd. Bij 3.000 euro bruto per maand is dat 15.000 euro. Het vakantiegeld is 8 procent daarvan: 1.200,00 euro. De standaardberekening van de calculator is 3.000 euro per maand en 12 maanden. Dat geeft 2.880,00 euro.
Het plafond: drie keer het minimumloon
De wettelijke 8 procent geldt alleen over het loon tot drie keer het minimumloon. Dat staat in artikel 15, eerste lid, van de WML. Het bedrag waarmee de som van loon en uitkeringen het drievoud van het minimumloon overschrijdt, blijft buiten beschouwing. Verdien je meer dan drie keer het minimumloon, dan is er wettelijk geen minimumvakantiebijslag over het deel daarboven. Artikel 16, vijfde lid, staat partijen in dat geval zelfs toe om overeen te komen dat er geen of een lager bedrag aan vakantiebijslag wordt betaald.
Bruto of netto, stoppen en uitkeringen
De calculator geeft het brutobedrag. Je netto vakantiegeld is altijd lager. Over vakantiegeld betaal je loonheffing tegen het bijzonder tarief. Dat tarief is gebaseerd op je jaarinkomen, niet op het tarief van je normale maandsalaris. Hoe hoog het precies uitvalt, hangt af van je totale jaarinkomen en van je heffingskortingen, en van de verrekening daarvan. Twee mensen met hetzelfde bruto vakantiegeld kunnen dus een verschillend nettobedrag overhouden. Een tool die je netto vakantiegeld exact voorspelt, kan die belofte niet waarmaken. Gebruik de calculator voor het brutobedrag, dat vaststaat. Kijk voor het nettobedrag naar je loonstrook van mei of juni, waar de inhouding op staat.
Stop je met werken voordat het vakantiegeld is uitbetaald, dan ben je het opgebouwde bedrag niet kwijt. Neem het brutosalaris over de maanden sinds de vorige uitbetaling en vermenigvuldig dat met 8 procent. Dat bedrag hoort bij je eindafrekening. Een voorbeeld: je kreeg je vakantiegeld in mei en je vertrekt eind oktober, met een brutosalaris van 3.000 euro per maand. Over juni tot en met oktober bouwde je 15.000 euro op. Je krijgt dan 1.200,00 euro aan vakantiegeld bij je eindafrekening.
Voor UWV-uitkeringen, waaronder Wajong, WW en WIA, geldt wel de 8 procent-regel. Het UWV betaalt 8 procent vakantiegeld over de bruto-uitkering, meestal in mei, tegelijk met de uitkering. Een bruto Wajong-uitkering van 1.500 euro per maand geeft over 12 maanden 1.440,00 euro aan vakantiegeld. Alleen bij WW en IOW wordt het vakantiegeld op een andere dag uitbetaald dan in mei. Als je uitkering stopt, krijg je het opgebouwde vakantiegeld uiterlijk een maand later. Voor AOW-gerechtigden is het vakantiegeld geen 8 procent van de uitkering. Het is een vast maandbedrag dat is afgeleid van het minimumloon. De SVB betaalt het één keer per jaar in mei, als nettobedrag dat afhangt van je persoonlijke situatie. De bruto opbouw was 106,55 euro per maand voor alleenstaanden in januari tot en met juni en 104,78 euro vanaf juli. Voor gehuwden en samenwonenden was het 76,10 euro respectievelijk 74,85 euro per persoon. Je eigen bedrag vind je vanaf mei onder Betalingen in Mijn SVB. Controleer je eigen situatie met de gratis calculator voor je vakantiebijslag. Meer hulp vind je op de overzichtspagina voor calculators voor Nederland en in het blogoverzicht.
Belangrijk: Deze calculator geeft een schatting van het bruto vakantiegeld volgens de algemene regels van de WML. Je cao of arbeidsovereenkomst kan een hoger percentage voorschrijven. Het nettobedrag hangt af van het bijzonder tarief en je heffingskortingen. Het resultaat is geen juridisch of fiscaal advies: controleer bij twijfel je cao of vraag je werkgever om de loonstrook.